Van reststroom naar bouwsteen: hoe een lokaal initiatief uitgroeide tot een regionaal netwerk

Lisette van Heijningen-Korpel, projectleider Circulaire Economie van de gemeente Hoeksche Waard.

Wat doe je als ondernemers reststromen hebben, maar geen afzet? In de Hoeksche Waard leidde die vraag tot iets groters: een ketensamenwerking waarin ondernemers, overheid en onderwijs samen werken aan hoogwaardig hergebruik. We spraken hierover met Annet Kooij-Vermeer.

“We zagen energie aan tafel en dachten: hier moeten we iets mee”

De samenwerking ontstond niet vanuit beleid, maar vanuit een concrete vraag uit de praktijk. “Een ondernemer gaf aan: ik heb veel materialen liggen, maar ik krijg ze niet weg. Daar gaat veel waarde verloren,” vertelt Lisette.

Tijdens een bouwsymposium in 2024 viel alles op z’n plek.
“We hadden een deelsessie over hoogwaardig hergebruik en merkten meteen: hier zit energie. Ondernemers wilden doorpakken.” Dat was het startsein. “Toen hebben we gezegd: als we dit doen, doen we het goed. Niet een eenmalige actie, maar iets voor de lange termijn.”

Van 20 naar 30 partijen – en groeiend

Wat begon met een groep van zo’n twintig partijen, groeide snel door.

“We zitten nu rond de dertig deelnemers,” zegt Lisette. “En dat groeit gestaag door, ook richting de regio.” De samenwerking beperkt zich dan ook niet tot de gemeentegrenzen. “Voor hoogwaardig hergebruik zijn gemeentegrenzen onzin. Daarom werken we toe naar een regionale aanpak in de Zuid-Hollandse Delta.Tijdens de partnerbijeenkomst op 12 juni kreeg de samenwerking een eigen identiteit met de lancering van Circulair ZHD. Ook de provincie Zuid-Holland sloot zich daarbij aan als transitiepartner. Daarmee groeit de samenwerking verder uit tot een regionaal netwerk voor circulair bouwen en hoogwaardig hergebruik.”

Economische potentie als motor

Een belangrijke versneller was inzicht in de kansen. “We hebben onderzoek laten doen naar reststromen op bedrijventerreinen,” vertelt Annet. “Daaruit bleek hoeveel materiaal er beschikbaar is én wat de economische potentie daarvan is.” Dat maakte het concreet: “Veel van de ondernemers aan tafel waren samen al verantwoordelijk voor een groot deel van die stromen. Dan zie je meteen: hier zit echt iets.”

Vertrouwen als fundament

Zeker! De ambitie bij ons waterschap is groot en mensen zijn erg enthousiast. Als ik vraag ‘Wil jij je project duurzamer maken?’ zegt iedereeConcurrenten die samenwerken, dat vraagt iets extra’s.

“De basis is vertrouwen,” zegt Annet. “We zijn begonnen met transparantie, bijvoorbeeld door data te delen, maar alleen als partijen daar zelf mee instemden.”

Lisette vult aan: “Je moet elkaar leren kennen en begrijpen waar iemand vandaan komt. Dat kost tijd, maar is essentieel.”

Niet eerst beleid, maar eerst doen

Wat opvalt: de aanpak is nadrukkelijk praktijkgericht. “Wat deze aanpak anders maakt, is dat we niet starten vanuit beleid, maar vanuit de praktijk en die vervolgens terugbrengen in de organisatie. Door te doen ontstaat inzicht in wat werkt, en dat vertalen we naar beleid, inkoop en samenwerking. Zo groeit het stap voor stap van experiment naar structurele werkwijze”, aldus Annet.

Lisette: “Daar zit onze kracht. Daardoor kunnen we snelheid maken.”

De gemeente als aanjager én partner

De rol van de gemeente is bijzonder: niet leidend, maar onderdeel van het geheel.

“We zijn aanjager, maar ook partner,” legt Annet uit. Dat vraagt ook iets van de organisatie zelf: “Als gemeente zijn we een grote opdrachtgever. Als wij niet circulair uitvragen, kan de markt het ook niet leveren.” Daarom wordt er intern hard gewerkt aan:

  • circulaire aanbestedingen
  • aanpassing van handboeken
  • nieuwe inkoopkaders

Van slopen naar oogsten

De impact wordt steeds concreter. “Een aannemer kwam naar ons toe: ik heb een opdracht van jullie gekregen, maar er staat niets over circulair slopen in. Kunnen we dat anders doen?” vertelt Annet. Dat soort momenten maken het verschil. “Slopen wordt oogsten. Dat is waar we naartoe willen.”

WAT WERKT GOED?

Volgens Annet en Lisette gaat er veel goed:

  • Sterk en betrokken netwerk
  • Hoge opkomst bij bijeenkomsten
  • Bereidheid om samen te leren
  • Een goede sfeer én kritische houding

“We hebben een loyaal, kritisch netwerk,” zegt Annet. “En dat is precies wat je nodig hebt.”

Wat is nog lastig?

Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen. “De governance is complex,” zegt Annet. “We werken toe naar een stichting, maar dat vraagt nieuwe afspraken over rollen, geldstromen en verantwoordelijkheid.” Ook tijd blijft een factor: “In de waan van de dag is het soms lastig om ruimte te maken voor dit soort trajecten.”

De kracht van het initiatief

De samenwerking heeft inmiddels een eigen identiteit: Circulair Zuid-Hollandse Delta – van reststroom naar bouwsteen

“De kracht van het initiatief zit in de combinatie van praktijk en schaal. Door projecten, samenwerking en regionale verbinding ontstaat een aanpak die herhaalbaar is en ook in andere gemeenten toepasbaar wordt. Die samenwerking blijft overigens niet beperkt tot projecten. Binnen de gemeente krijgt circulair en toekomstbestendig bouwen steeds meer een plek in beleid en uitvoering. Denk aan het programma volkshuisvesting, het omgevingsbeleid en circulaire inkoop. Daardoor wordt het geen los initiatief, maar onderdeel van hoe we als gemeente werken”, vertelt Annet.

Tips voor andere gemeenten

Wat kunnen andere gemeenten hiervan leren?

 “Begin niet met beleid, maar met een concrete vraag uit de praktijk,” zegt Lisette. “Daar zit de energie.” Annet vult aan: “En zorg dat je als gemeente zelf meebeweegt. Als opdrachtgever heb je een sleutelrol in het mogelijk maken van circulair bouwen.”

Anders durven organiseren

Tot slot misschien wel de mooiste les: “Dit soort transities vragen dat je bereid bent om anders te organiseren dan je gewend bent,” zegt Lisette. Annet knikt: “En gewoon beginnen. Dan volgt de rest vanzelf.”

Doe mee