Van kennisdeling naar echte samenwerking: zo bouwen gemeenten samen aan een circulaire Zuid-Hollandse regio
Hannah Bruinink, adviseur Circulaire Economie bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en Mia van Wermeskerken, beleidsadviseur Duurzaamheid (Circulaire Economie), afdeling Ruimte & Projecten bij gemeente Hendrik-Ido-Ambacht.
Tien gemeenten, één gezamenlijke ambitie: circulair werken niet alleen verkennen, maar ook écht samen oppakken. Wat begon als een platform voor kennisdeling, groeit uit tot een regionale samenwerking met concrete actielijnen en gedeelde verantwoordelijkheid.
Direct naar
Tien gemeenten, één gezamenlijke ambitie: circulair werken niet alleen verkennen, maar ook écht samen oppakken. Wat begon als een platform voor kennisdeling, groeit uit tot een regionale samenwerking met concrete actielijnen en gedeelde verantwoordelijkheid.
We spraken hierover met Hannah Bruinink, adviseur Circulaire Economie bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en Mia van Wermeskerken, beleidsadviseur Duurzaamheid (Circulaire Economie), afdeling Ruimte & Projecten bij gemeente Hendrik-Ido-Ambacht.
“We liepen allemaal tegen dezelfde vragen aan”
De samenwerking begon eigenlijk heel praktisch. “Vanuit twee gemeenten kwam de vraag: kunnen we niet eens samen gaan zitten? We lopen allemaal tegen dezelfde dingen aan als het om circulariteit gaat,” vertelt Hannah.
Wat volgde, was de start van de zogeheten circulaire regio: een overleg waarin tien gemeenten vier keer per jaar samenkwamen.
“In het begin lag de nadruk echt op kennis delen,” zegt Hannah. “Wat speelt er? Waar lopen we tegenaan? Soms met een spreker erbij.” Mia herkent dat beeld: “Bij elke bijeenkomst hoorde je eigenlijk hetzelfde: ‘dat hebben wij ook’, ‘daar lopen wij ook tegenaan’. Maar iedereen zat er net weer iets anders in.”
Van praten naar doen
Na verloop van tijd ontstond een belangrijke vraag: is alleen kennis delen genoeg?
“Op een gegeven moment dachten we: wat gaan we eigenlijk doen met deze tijd samen?” zegt Hannah. “Kunnen we niet een stap verder zetten naar samenwerken?” Op dat moment kwam het aanbod vanuit de provincie Zuid-Holland om een regionale samenwerking te verkennen. Zij wilden hier gezamenlijk in optrekken en hun kennis en kunde inbrengen in het proces.
Die stap bleek spannend. Gemeenten waren voorzichtig.
“Er was best wat huivering,” vertelt Mia. “Worden we dan een soort eenheidsworst? Houden we nog wel onze eigen keuzes?”
Ook leefde een bekend beeld van regionale samenwerking: dat het vooral veel tijd kost en processen vertraagt. Toch besloten de gemeenten door te pakken.
Een fundamenteel andere manier van werken
De grootste verandering? De manier van samenwerken zelf.
“Waar we voorheen vooral bij elkaar kwamen om kennis uit te wisselen, werken we nu samen aan concrete actielijnen,” legt Hannah uit. “Gemeenten nemen daarbij zelf het voortouw op verschillende thema’s en brengen actief kennis, ideeën en initiatieven in. Dat zorgt voor meer eigenaarschap, meer betrokkenheid en vooral voor een netwerk waarin iedereen bijdraagt.”
Mia vult aan:
“We verdelen het werk. De één pakt bijvoorbeeld bouw op, de ander beleid. Maar je profiteert allemaal van elkaars resultaten.”
Concreet voorbeeld: circulair bouwen
Een goed voorbeeld is het thema bouw. “Circulair bouwen is voor veel gemeenten nog best nieuw,” zegt Mia. “Het wordt vaak als eerste geschrapt, omdat het ingewikkeld lijkt of duur.”
Juist daarom helpt samenwerking:
“De ene groep werkt aan definities, de ander aan aanbestedingen en weer een ander aan contact met de markt. Zo kom je samen verder, zonder dat iedereen alles zelf hoeft uit te zoeken.”
Grote verschillen tussen gemeenten
De uitgangspositie van gemeenten blijkt heel verschillend: “Bij de ene gemeente staat circulariteit in meerdere beleidsstukken, bij de andere wordt het nauwelijks genoemd,” vertelt Mia.
Ook prioriteit en capaciteit spelen een rol:
“Het is niet dat mensen het niet belangrijk vinden,” zegt ze. “Maar tijd en menskracht zijn gewoon schaars.”
Toch heeft de samenwerking effect:
“Bij sommige gemeenten staat circulariteit juist door deze samenwerking hoger op de agenda.”
Samen sterker (en efficiënter)
Waarom doen gemeenten mee?
Volgens Hannah is het antwoord helder:
“Je hoeft niet allemaal opnieuw het wiel uit te vinden. En veel vraagstukken spelen sowieso op regionaal niveau.”
Mia benadrukt het praktische voordeel:
“Je kunt je focussen op één onderdeel, terwijl er op andere thema’s ook vooruitgang wordt geboekt waar jij weer van profiteert.” Voor kleinere gemeenten is dat zelfs essentieel:
“Zonder zo’n samenwerking kun je soms nauwelijks stappen zetten.”
Meer dan inhoud: de kracht van het netwerk
Naast inhoudelijke resultaten levert de samenwerking nog iets op: een sterk netwerk.
“Je leert mensen kennen bij andere gemeenten,” zegt Mia. “En die bel je makkelijker als je ergens tegenaan loopt.” Dat netwerk groeit bovendien verder: “Steeds vaker sluiten ook collega’s van andere afdelingen aan, zoals economie of ruimtelijke ordening.”
Blijven zoeken naar de juiste vorm
De samenwerking is nog volop in ontwikkeling. “Het blijft belangrijk om kritisch te blijven,” zegt Mia. “Samenwerken moet wel echt iets opleveren.” Daarom is gewerkt aan een verkenning voor mogelijk regionaal beleid. “Deze verkenning is afgerond en het advies is gegeven om regionaal circulair beleid op te stellen. Dat gaan we doen met een ambitiedocument en een uitvoeringsagenda. De komende 8 maanden richten we ons op het ambitiedocument en het vaststellen daarvan. Een hele mooie stap in de samenwerking!” legt ze uit.
Vier thema’s als basis
Uit de verkenning kwamen vier centrale thema’s naar voren:
- Bouw;
- Bedrijvigheid en economie;
- Inwoners en bewustwording;
- Openbare ruimte en grondstoffen.
“Dat zijn onderwerpen die bij alle gemeenten spelen,” zegt Hannah. “En waar je dus ook echt samen stappen in kunt zetten.”
Tips voor andere regio’s
Wat kunnen andere gemeenten hiervan leren?
Hannah is duidelijk: “Begin gewoon. Start met kennisdeling en kijk waar je elkaar kunt helpen.”
Mia vult aan: “Investeer in de samenwerking. Het kost tijd, maar levert altijd iets op.”
En misschien wel de belangrijkste les: “Zoek actief de verbinding met andere partijen in de regio en provincie. Je hoeft het niet alleen te doen.” Zo hebben we korte lijnen met de provincie Zuid-Holland. Ze denken mee over voortgang, strategie en vraagstukken en leggen verbindingen met andere netwerken.
Van inzicht naar impact
Na een eerste jaar vol verkenning en onderzoek groeit de behoefte aan zichtbare resultaten. “Nu willen we naar concrete projecten,” zegt Hannah. “Dingen die je kunt laten zien.”
Maar de basis is gelegd. En die blijkt stevig.
Of zoals Mia het samenvat:
“Alleen al samen uitzoeken waar je staat, helpt enorm. Dat geeft richting. Er is niet voor niets een gezamenlijk circulaire ambitie gerealiseerd, waarbij de hoofdzin is: In de regio is hoogwaardig hergebruik de meest logische keuze. Daar gaan we samen voor!”
Meer weten?
Connect met de Verschilmakers community of deel circulaire voorbeelden op het Verschilmakersplein.
Doe mee