Een school als bouwpakket: circulair bouwen met oog voor de toekomst
Het artikel samengevat:
Een school die je later weer uit elkaar kunt halen, waarvan de materialen opnieuw te gebruiken zijn en die kinderen ook iets leert over duurzaamheid. Op Goeree-Overflakkee wordt gewerkt aan een bijzonder voorbeeld van circulair bouwen. Peter Wessel, bouwmanager van het Integraal Huisvestingsplan (IHP), en Rowin Israël, beleidsadviseur circulariteit bij de gemeente, vertellen over de kansen én de uitdagingen.
Direct naar

Wat bracht je ertoe om je in circulair bouwen te verdiepen?
Peter Wessel: “Ongeveer acht jaar geleden hoorde ik een architect vertellen over de nadelen van bepaalde isolatiematerialen op basis van aardolie die op lange termijn niet afbreekbaar zijn. Daar werd de vraag gesteld; Waarom zouden we materialen gebruiken die moeilijk te hergebruiken zijn, als er ook natuurlijke alternatieven bestaan?
Biobased bouwen is bovendien helemaal niet nieuw. Vroeger bouwden we met de materialen die voorhanden waren. Hout, vlas en andere natuurlijke grondstoffen hadden vanzelfsprekend een plek in de bouw. Nu ontdekken we opnieuw wat je daarmee kunt.”
Je werkt aan de vernieuwing van schoolgebouwen op Goeree-Overflakkee. Waarom is dat een kans voor circulariteit?
“Veel schoolgebouwen voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Denk aan de luchtkwaliteit, het energieverbruik en de vochthuishouding. Binnen het Integraal Huisvestingsplan (IHP) zijn 32 scholen onderzocht. De zes scholen die er het slechtst aan toe zijn, komen als eerste aan de beurt. Ik ben betrokken bij vijf projecten.
Een daarvan is de nieuw te bouwen MFA Sommelsdijk die huisvesting gaat bieden aan de leerlingen van OBS JC van Gent in Sommelsdijk. Dat is een flink gebouw met een school, met ongeveer 300 kinderen, kinderopvang, wijkvereniging en een beweegbox (een soort gymzaal). Omdat ik vanaf het begin bij het ontwerp betrokken ben, kun je circulariteit meenemen in de keuzes die je maakt. Je moet er wel op tijd bij zijn. Als het ontwerp eenmaal vastligt, wordt het een stuk lastiger om nog een andere richting in te slaan.”
Welke circulaire keuzes worden bij MFA Sommelsdijk gemaakt?
“De belangrijkste keuze is om biobased te bouwen. We gaan uit van een houtskelet met houten onderdelen en biobased isolatie. Daarbij kijken we onder meer naar vlas en cellulose. Welke isolatie uiteindelijk wordt toegepast, wordt nog doorgerekend. Ook voor de gevel onderzoeken we welke materialen geschikt zijn, onder andere met het oog op brandveiligheid en certificering.
Daarnaast wordt het gebouw grotendeels opgebouwd uit prefab elementen. Dat maakt de bouw efficiënt, maar biedt ook kansen voor hergebruik. Het idee is dat je het gebouw later weer uit elkaar kunt halen en de onderdelen opnieuw kunt inzetten. Met de
informatie uit het 3D-model weten we hoe het gebouw in elkaar zit. Als de school over tientallen jaren een andere functie krijgt of niet meer nodig is, kunnen materialen mogelijk worden gebruikt voor andere gebouwen (zoals bijvoorbeeld woningen of appartement).”
Dus circulariteit gaat niet alleen over de materialen die je gebruikt, maar ook over wat er later mee gebeurt?
“Precies. Een gebouw hoeft niet na veertig jaar afgeschreven te zijn. Dat is vaak de economische afschrijvingstermijn die we hanteren, maar met goed onderhoud kan een school veel langer meegaan. En we weten niet hoe het onderwijs er over vijftig jaar uitziet. Misschien is de indeling dan niet meer geschikt, maar zijn de materialen nog prima bruikbaar.
Daarom moet je bij het ontwerp al nadenken over demontage en hergebruik. Als je een gebouw zo ontwerpt dat je het later uit elkaar kunt halen, houd je de mogelijkheden open. Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van circulair bouwen.”
Wat levert biobased bouwen op voor de gebruikers van de school?
“Het gaat niet alleen om grondstoffen besparen. Een gebouw moet natuurlijk ook prettig en gezond zijn om in te verblijven. Bij biobased bouwen kun je voordelen behalen op het gebied van comfort en energiegebruik. Denk aan een aangenaam binnenklimaat en goede akoestiek.
Ook de energiebehoefte verdient aandacht. Bij mijn eigen woning bleek de warmtepomp achteraf veel groter te zijn dan nodig. Dat zette me aan het denken over de berekeningen die we gebruiken. Bij biobased gebouwen kan de warmtehuishouding anders uitpakken dan bij traditionele bouw. Als je dan dezelfde aannames blijft gebruiken, loop je het risico op overcapaciteit van de ingezette installaties.
Daarom is het belangrijk om te meten wat gebouwen in de praktijk daadwerkelijk verbruiken. Zo kunnen we berekeningen verbeteren en leren van wat er al gebouwd is.”
Toch wordt circulair bouwen nog vaak als duurder gezien. Hoe kijk jij daarnaar?
“Dat ligt genuanceerder”. Natuurlijk moet je goed naar de kosten kijken, maar je moet wel eerlijk vergelijken. Als je alleen naar de eerste investering kijkt, mis je een deel van het verhaal. Je moet ook rekening houden met energieverbruik, installaties, onderhoud en de levensduur van een gebouw.
Bij een bouwproject wordt vaak gestuurd op geld, tijd en risico’s. Dat zijn belangrijke factoren, maar als je je niet verdiept in de mogelijkheden, kun je circulaire oplossingen te snel afschrijven. Je kunt niet zomaar zeggen dat iets te duur is zonder goed te onderzoeken wat het over de hele levensduur oplevert.
Bij MFA Sommelsdijk hebben we bijvoorbeeld gekeken naar de meerkosten van biobased bouwen. Als je miljoenen investeert in een school, moet je je afvragen of een relatief beperkte extra investering nu later niet juist verstandig blijkt. Je wilt over een paar jaar niet hoeven uitleggen waarom je een kansrijke oplossing hebt laten liggen omdat die op dat moment iets meer kostte.”
Rowin, jij bent als beleidsadviseur circulariteit betrokken. Wat is vanuit jouw rol belangrijk bij zo’n project?
Rowin Israël: “Ik houd me bij de gemeente bezig met circulariteit in brede zin, waaronder bouw en infrastructuur. Daarbij zoek ik ook de verbinding met collega’s, bijvoorbeeld binnen vastgoed. Circulariteit staat niet op zichzelf. Het raakt aan materiaalgebruik, energie, afval en de manier waarop we onze leefomgeving inrichten.
Een bouwproject biedt de kans om die onderwerpen bij elkaar te brengen. Het helpt als je vroeg in het proces samenwerkt en circulariteit niet pas bespreekt wanneer de belangrijkste keuzes al zijn gemaakt. Dan kun je samen onderzoeken welke oplossingen haalbaar zijn en hoe je die kunt meenemen in het ontwerp.”
Wat maakt het in de praktijk lastig om die keuzes te maken?
Peter: “Voor mij zit de grootste uitdaging in integraal samenwerken. Een bouwproject vraagt om samenhang tussen verschillende vakgebieden. Je hebt niet alleen te maken met vastgoed en financiën, maar ook met duurzaamheid, energie, gezondheid, regelgeving en de mensen die het gebouw gaan gebruiken. De energiebesparing voor de school is substantieel maar deze besparing is voor de gemeente geen onderdeel van de financiële onderbouwing.
Als je alleen vanuit je eigen vakgebied naar een project kijkt, mis je kansen. Ik vind dat collega’s veel eerder met elkaar om tafel moeten. Betrek bijvoorbeeld een adviseur circulariteit al bij het ontwerp en niet pas als de belangrijkste keuzes zijn gemaakt.
Ook in de bouw is verandering nodig. De sector is gewend om op een bepaalde manier te werken. Maar biobased bouwen is geen ingewikkelde toekomstfantasie. We moeten vooral opnieuw leren kijken naar materialen en de mogelijkheden die ze bieden.”
Toch wordt circulair bouwen nog vaak als duurder gezien. Hoe kijk jij daarnaar?
Bij MFA Sommelsdijk hebben we bijvoorbeeld gekeken naar de meerkosten van biobased bouwen. Als je miljoenen investeert in een school, moet je je afvragen of een relatief beperkte extra investering nu later niet juist verstandig blijkt. Je wilt over een paar jaar niet hoeven uitleggen waarom je een kansrijke oplossing hebt laten liggen omdat die op dat moment iets meer kostte.”
De school is straks niet alleen een gebouw, maar ook een plek waar kinderen leren. Krijgt circulariteit daar een rol?
Peter: “De school heeft zelf al aandacht voor biologische thema’s binnen het onderwijs. Het gebouw kan daar een mooie aanvulling op zijn. Het is een openbare school die al affiniteit heeft met dit soort onderwerpen.
Het circulaire karakter wordt straks ook zichtbaar in het gebouw zelf. Je ziet het hout en de manier waarop de constructie is opgebouwd. Daarmee kun je kinderen laten zien dat de keuze voor materialen ertoe doet en dat een gebouw niet per se iets is wat je één keer
neerzet en daarna afschrijft. Het kan ook zo ontworpen zijn dat onderdelen opnieuw gebruikt kunnen worden.”
Wat hoop je dat andere gemeenten van dit project leren?
“Het zou mooi zijn als MFA Sommelsdijk een voorbeeld wordt waar het Rijk, andere gemeenten en bouwprofessionals zelf kunnen zien wat er mogelijk is. We kunnen veel praten over circulariteit, maar een gebouw dat daadwerkelijk wordt gerealiseerd, maakt het concreet. Dan kun je ook het energieverbruik monitoren en ervaringen delen.
Mijn advies is: neem circulariteit vanaf het begin mee en kijk verder dan de initiële bouwkosten. Dat is extra belangrijk omdat de huidige normbedragen voor onderwijshuisvesting nog zijn gebaseerd op traditionele bouwmethoden. Ze bieden onvoldoende ruimte om de hogere initiële investeringen in circulaire en biobased materialen en toepassingen mee te nemen. Dat vraagt dus ook om andere financiële kaders.
Zorg daarnaast dat de juiste mensen op tijd betrokken zijn en stel vragen over de hele levensduur van het gebouw. Welke materialen gebruiken we? Hoeveel energie is er straks nodig? En wat gebeurt ermee als het gebouw ooit een andere functie krijgt?
Je hoeft niet alles in één keer perfect te doen. Maar als je nu investeert in een gebouw, moet je wel nadenken over de toekomst. Sommige keuzes kun je later nog aanpassen, andere niet. Juist daarom moet je de kansen voor circulair bouwen vroeg in het proces benutten.”
Meer weten?
Connect met de Verschilmakers community of deel circulaire voorbeelden op het Verschilmakersplein.
Doe mee